woensdag 24 juni 2009

Clemens zijn laatste Brand&Brandweer column (juni 2009)

“Home coming”


Tijdens mijn halfjaar hier ben ik bij tijd en wijlen flink ondergedompeld in een aantal privé activiteiten van wat brandweermannen. Een van deze activiteiten bestond uit een uitnodiging voor een “home coming” van Fonseka of Fonsie. Een home coming is eigenlijk de officiële receptie van het huwelijksfeest en zoals het woord al zegt, men viert het thuiskomen van het bruidspaar. Dit gebeurt in de woonplaats van de bruidegom op kosten van zijn ouders. Een bruiloft duurt hier vaak meerdere dagen en zijn vol gepland met allerlei veelal religieuze ceremonies die, zoals ik het bekijk, soms eindeloos vermoeiend moeten zijn voor het bruidspaar. Maar goed, een home coming bestaat voornamelijk uit drinken en dansen. En vooral door het mannelijke gezelschap wordt er zo goed gedronken dat een gedeelte na verloop van tijd op tafel ligt te slapen. Waar zoals het laat aanzien, niemand zich iets van aantrekt. Er wordt vrijwel alleen maar “hard booze” gedronken en dat wreekt zich tussen de palmbomen. Of je nu Sri Lankaan bent of niet. 

En ik? Ik mag dansen met de vrouwen die er weer geweldig mooi uitzien in hun traditionele sari, met iedereen op de foto en ik mag de peuters en kleuters vermaken waardoor ik alleen nog maar meer ga zweten.  Ik vind het een beetje ongepast om hier ook te eindigen met mijn hoofd op tafel, dus het drinken doe ik met mate, ondanks dat ik volop wordt geïntroduceerd in de wereld van “Coconut Arrack” en Lion Lager. Uiteindelijk, als de muziek is gestopt, Fonsie door zijn collega’s en “batch mates” meters de lucht in is geslingerd en zijn prachtige bruid ook mij heeft bedankt vertrekken we  terug naar huis. Richting Colombo, met mij aangenaam aangeschoten en een beetje uitgeput op de passagiersstoel en de Sri Lankaanse muziek nog nagalmend in mijn oren.


Ik ben bijna weer thuis. Thuis in Nederland wel te verstaan. Na bijna zeven maanden hier te hebben vertoeft. Elke dag een “sun bath” op mijn Hollandse lijf. En dat alleen al is heerlijk en heeft mij veel plezier gegeven. En verder het contact met de brandweermannen, hun dankbaarheid en oprechtheid en het bijzondere afscheidsfeestje wat ze voor me georganiseerd hebben. En het toch wel trotse gevoel wat ik heb als ik sommige initiatief zie nemen, in actie zie komen, voor “community workers” een training zie geven, achter een computer een presentatie in elkaar zie draaien.

Ik heb even compleet wat anders mogen meemaken, weg uit mijn (eigen gecreëerde) comfortzone en privileges. Even weg van gedoe met werk, risicomijdend gedrag, reorganisaties, relaties en de beginnende kredietcrisis. Op zoek naar het onbekende, de grootte van de wereld en toeval. Laat het maar gebeuren, maar wel op een actieve manier. Deze instelling leidt soms tot verassende creativiteit en oplossingen welke ik in eerste instantie niet verwacht had. Het woord wat hier een beetje bij past is serendipiteit. En om het plaatje compleet te maken, serendipiteit is afgeleid van Serendip, een oude Perzische naam voor Sri Lanka. Dit kan geen toeval zijn. 


Dit was het, genoeg gefilosofeer en ik ben weer bijna thuis. Dank voor jullie belangstelling. Voor ICET, de Brandweer zonder Grenzen en deze Column. Tot kijk.


Clemens


Clemens zijn B&B Column van mei

“erfenis”


Zo tegen het einde van mijn periode hier is het tijd om mijn “erfenis” op te maken. Wat heb ik hier gebracht en wat heb gehaald? 

 

Om maar met het belangrijkste te beginnen; wat heb ik de “bright and shine” van de brandweer in Sri Lanka gebracht? Als eerste kennis van de, zoals ik het nu maar noem, “hardere” zaken. Hoe maak je oefenschema’s, uitrukprocedures en hoe bouw je een oefencentrum bijvoorbeeld. Maar, ik heb daarnaast vooral ook geprobeerd aandacht te besteden aan de wat “zachtere” kanten. Ik geef een voorbeeld. In de Sri Lankaanse cultuur is het “not done” om openlijk kritiek te hebben. Het werkt dan ook niet om tijdens een vergadering te vragen of een training naar wens was, of om te vragen naar “verbeterpunten” van een oefening. De training was altijd naar wens en iedereen deed vooral zijn best tijdens een oefening. In het begin dacht ik vooral; wat gebeurt hier? Maar wat ik ook zag is dat er na een training of oefening mensen apart werden genomen. Dat er terug op een kazerne gebeld werd, veel meer 1-op-1 dus. Een dergelijke evaluatie of terugkoppeling is in sommige gevallen best effectief, wat ik miste was het collectief (en dat in een socialistische republiek). Informatie (positief of voor verbetering vatbaar) bleef teveel hangen en er werd te weinig mee gedaan. Ik heb geprobeerd dit “systeem” een beetje open te breken, door te wijzen op het gemeenschappelijke, dat fouten maken geen schande is, dat je door te delen verder kunt komen dan wanneer je alles voor jezelf houdt. Mijn of onze brandweermannen hier zijn hierdoor zelfbewuster geworden, nemen hun verantwoordelijkheid en kunnen hier ook iets mee. Wat hier van blijft hangen zal de tijd leren. Bescheidenheid is op zijn plaats in een hiërarchische omgeving waar initiatief en het nemen van verantwoordelijkheid niet echt wordt gestimuleerd. 


Wat heeft het de brandweer en het land mij gebracht? Vooral ook bewustwording. Bewustwording over het feit dat langdurige privaat publieke projecten, zoals ICET deze uitvoert, goed kunnen werken. Zeker als bij de uitvoering ook de Sri Lankaanse overheid en het bedrijfsleven is betrokken (vooral in deze laatste sector zit veel talent). Ik heb ook wat van de andere kant gezien. Wat er gebeurt met miljoenen vaak goed bedoelde “hulp” dollars als deze zonder enige coördinatie en of controle over een land als dit worden uitgestrooid. Dat is moeilijk te beheren, niet in de laatste plaats door de haast van donoren om te "scoren". En voor mij persoonlijk; tientallen uitnodigingen om langs te komen met de toekomstige moeder van mijn kinderen. Want iedereen vind het verbazend dat ik nog niet getrouwd ben en daar moet ik dan ook maar haast mee maken. 


Wat me verder is opgevallen is de weerbaarheid, de servicegerichtheid (niet van overheidsinstellingen) en de opgewektheid van de Sri Lankanen. Eenmaal hier een beetje aan gewend is het letterlijk soms een verademing vergeleken met het soms zo verwende, zelfgenoegzame en klagerige Nederland. 


Maar goed, voor wat betreft de toekomst ik heb er zonder meer vertrouwen in. 

Ten eerste doordat we, ondanks het feit dat het project waar ik aan heb gewerkt formeel is afgelopen, als ICET de komende jaren nog een vinger aan de pols houden. Door voornamelijk op de “achtergrond” aanwezig te blijven op dit eiland. Samen met de Brandweer zonder Grenzen. 


Een tweede reden waarom ik er vertrouwen in heb is dat dit land eigenlijk ontwikkelingsland af is. Het groeit en bloeit ondanks de burgeroorlog aan alle kanten. Vergeleken met Nederland valt er op democratisch vlak (trias politica) en de vrijheid van pers nog heel wat in te halen. Alhoewel, ik twijfel een beetje of het in Nederland zoveel beter is, na op internet het een en ander over de burgermeester van Utrecht en zijn affaire met een huis-aan-huis blad te hebben gelezen. 


Clemens